Door Martin Temmen

Van Moskou naar Vladivostok. Door vijf klimaatzones, zeven tijdzones, het Oeralgebergte en over vier van de langste rivieren ter wereld. 9.287 kilometer en 79.000 hoogtemeters in 14 etappes. Dat zijn onvoorstelbare cijfers voor de deelnemers van de Red Bull Trans-Siberian Extreme. Martin Temmen en Matthias Fischer hebben als duo de langste etappewedstrijd ter wereld doorstaan – en gewonnen. Maar zelfs deze ongelofelijke cijfers zeggen niets over de ware omstandigheden. Over rekensommen en de zoektocht naar zingeving. Martin heeft de 13e etappe voor ons beschreven.

Image

2:05 uur 's ochtends. Het is donker, het regent, ik kijk op mijn fietscomputer – ik zit sinds 56 minuten op de fiets. Nog een paar minuten en dan is Matthias aan de beurt. Gelukkig. Ik heb geen zin meer. Ik ben doodmoe en voor het eerst tijdens de afgelopen 8.500 kilometer zie ik het nut er niet meer van in om door te rijden. Na twee minuten zie ik naast de weg een auto met knipperlichten staan – en het rode achterlicht van de PARALANE van Matthias. Een minuut later kloppen we af en zal Matthias het komende uur fietsen. Daarna ben ik weer aan de beurt. Nog ongeveer 144 kilometer tot Chabarovsk – bij een gemiddelde van 30 km/uur nog circa vijf uur – drie voor Matthias, twee voor mij, dan hebben we de voorlaatste etappe van de Red Bull Trans-Siberian Extreme gehaald.

Image
Image

Ik blijf staan, achter mij stopt mijn begeleidende auto. Intussen zijn we qua wissels goed op elkaar ingespeeld. Onze mecanicien Götz stapt uit de auto en pakt mijn FOCUS PARALANE over om hem op de drager achter op de auto te bevestigen. Hier staat al een IZALCO MAX met aero-opzetstuur voor andere etappes. Zodra ik stilsta, voel ik meteen de eerste muskieten op mijn benen. Snel de auto in. Ik ga op het matras achter in de auto zitten. Hier heb ik in de afgelopen drie weken het overgrote deel van mijn tijd doorgebracht als ik niet op de fiets zat.

Image

Onze fysiotherapeute Alina helpt mij om mijn schoenen en de natte en bezwete kleren uit te trekken. De fietsbroek laat ik aan. Ze geeft me een droog shirt. Ik laat me op het matras vallen. "Je hebt het portier open laten staan", constateert Alina. "Nou en? Maakt toch niet uit!", zeg ik. "Toch wel, want nu zit de hele auto vol muskieten". Tot zover haar reactie. Götz stapt in en doet het portier snel dicht. Wij rijden achter Matthias aan. De auto zit inderdaad vol muskieten. De stemming van Alina en Götz, die mij nu al drie weken begeleiden, wordt er door mijn fout niet beter op. Zo erg zal het wel niet zijn, probeer ik mezelf wijs te maken. Maar niet heus. Vanwege alle muskieten in de auto kan ik niet goed slapen.

Image

Ik ben in de afgelopen weken gewend geraakt aan een ritme van één uur fietsen en één uur rusten. In het rustuur slaap ik vooral en eet ik zoveel mogelijk. Vandaag schrik ik na een half uur ineens wakker en vraag ik Götz en Alina hoe lang ik nog heb. Die twee zijn net zo uitgeput als ik en ook ingeslapen. Götz wordt wakker en kijkt op zijn horloge: "Over vijf minuten moeten we naar Matthias toe". Om een voorsprong op Matthias te krijgen en de wissel voor te bereiden. Ik laat me nog even op het matras vallen, maar val niet meer echt in slaap. Na vijf minuten rijden we Matthias voorbij, na zes kilometer stoppen we. Alina vraagt me wat ik aan wil. Het is warmer geworden, dus zijn een fietsshirt, windvest en armstukken voldoende. Ze legt alles voor me klaar en ik kleed me aan. Ik blijf zolang mogelijk in de auto zitten, terwijl Götz de muskieten buiten gaat vergezellen om mijn fiets van de drager te halen. Het zal tijdens de wedstrijd zijn enige taak als mecanicien blijven, naast de montage van spatborden, omdat wij onderweg geen enkele problemen met onze fietsen hadden.

Image

Matthias wordt door het knipperlicht van de politieauto aangekondigd die nu al enkele honderden kilometers naast ons rijdt. Ik ga op de dorpel van de deur zitten, trek mijn schoenen en overschoenen aan en slof naar Götz die al staat te wachten met mijn fiets met ingeschakelde verlichting. Ik kijk op de fietscomputer die de resterende afstand tot het finish toont. Matthias heeft in het afgelopen uur 32 kilometer afgelegd. Hij is nu nog 50 meter van ons verwijderd. Ik vertrek. Wij kloppen af, rijden nog 100 meter naast elkaar en bespreken kort in staccato: "Ieder nog twee keer fietsen!" – "Weet ik. Alles OK bij jou?" – "Ik heb het portier open laten staan: nu zit de hele auto vol met muskieten. Alina en Götz haten mij. Maar ja. Ik ben een beetje moe, maar OK."

Image
Image

Matthias stopt en stapt op ongeveer dezelfde manier als ik in zijn auto. Ik benijd hem. Ik ben niet alleen een beetje moe. Ik heb helemaal geen zin meer en heb een hekel aan alles en iedereen. En met name aan de wedstrijd. Hoewel we voorop liggen. In het algemeen klassement liggen we enkele uren voor op onze concurrenten. We hebben tien van de afgelopen twaalf etappes gewonnen en zijn bezig ook deze etappe op onze naam te schrijven. Ongeveer halverwege de etappe is Matthias samen met Alexey Shcebelin van de overige renners weggereden. Nadat we elkaar enkele uren in de leiding hebben afgewisseld, moest hij zijn tempo iets terugschroeven. Sindsdien liggen we alleen voor. Eigenlijk had de situatie niet beter kunnen zijn. Toch heb ik de pest in. Het kan mij momenteel weinig schelen of we de etappe al dan niet winnen. Ik bedenk zelfs dat ik helemaal geen zin heb om te winnen. Volgens mij interesseert dat na tien overwinningen ook niemand meer – zelfs ik zou het leuker vinden als vandaag het Russische team een overwinning boekt.

Image

Het fijnste zou echter zijn als deze etappe eindelijk voorbij was. Ik ben sinds 20 minuten op pad, ik rijd 33 km/uur. Ik reken het na. Als we vandaag zo door blijven gaan, dan zijn het bij de volgende wissel nog 70 kilometer. Als ik weer aan de beurt ben nog 38 kilometer … dan is het dus niet meer de moeite waard om opnieuw te wisselen. Matthias moet nog één keer op de fiets en daarna moet ik een wat langer stuk voor mijn rekening nemen. Zal ik langzamer fietsen? Dat helpt ook al niet. Ik ga in feite sneller. Ik probeer niet steeds op de teller te kijken. Zodat ik niet continu zie hoe ver het nog is. Ik vraag me af waarom juist deze etappe van "slechts" 750 kilometer zo zwaar voor mij is. De drie voorgaande dagen met de koninginnenrit van 1.400 km waren eigenlijk veel zwaarder. Door de permanente tegenwind en hevige regen moesten de individuele deelnemers allemaal opgeven. Matthias en ik wisten de etappe in 51 uur af te leggen en hadden een voorsprong van meer dan drie uur op onze concurrenten Mikhael Manyachin en Roma Markaryan van het Russische team. Wij waren tijdens die etappe zeer blij over onze PARALANE-spatborden – zo bleven onze broeken tenminste een tijdje droog en bleven ons zitproblemen bespaard. Terwijl ik deze extreem lage etappe onder zware omstandigheden stoïcijns kon afwerken, moest Matthias de strijd met zichzelf aangaan. Vandaag zijn de rollen omgedraaid – Matthias heeft plezier in het fietsen en kletste met Alexey, terwijl ik begon overal een hekel aan te krijgen. Ook aan Matthias. Gewoon omdat hij plezier had en ik niet.

Image

Na 47 minuten haalt de auto van Matthias mij in. Nu moet ik nog precies 12 minuten en 6 kilometer op de fiets zitten. Ik hoef niet lang te rekenen om vast te stellen dat mijn vrees werkelijkheid wordt – het zijn nog 80 kilometer. Min 6 kilometer zijn er nog 74 kilometer bij de wissel over en ongeveer 40 kilometer als ik weer aan de beurt ben … dan is een nieuwe wissel niet meer de moeite waard. Toch ben ik blij als Matthias mij aflost: "Je moet nog één keer op de fiets, ik maak het dan tot de finish af." "OK, cool!"

Image
Image

Als ik aan het laatste stuk van de etappe begin, wordt het al licht. De regen is gestopt. Daarvoor is het wegdek veranderd. In plaats van het gladde asfalt van de afgelopen 100 kilometer, wisselt het wegdek nu tussen stukken van extreem ruw asfalt en rond 20 meter lange betonplaten met brede voegen. Incidenteel kom ik ook langs bouwplaatsen. Asfalt? Ho maar! In de afgelopen weken werden we vaak gevraagd wat we van de Russische wegen vonden. Volgens ons zijn de omstandigheden helemaal niet zo slecht. 90 procent van de wegen is goed tot uitstekend. De overige tien procent is slecht tot niet aanwezig. Vaak gaan perfecte wegen ineens zonder enige vooraankondiging over in bouwplaatsen waarna de weg vaak kilometerslang nog slechts uit los grind bestaat. Elke keer waren wij blij met onze PARALANE die eventuele stoten duidelijk voelbaar opvangt. Meer dan een keer is ons voorwiel in een enorme kuil in de weg verdwenen. Wij konden ons niet voorstellen dat de fiets, de wielen of wij dit zonder kleerscheuren zouden doorstaan. Maar elke keer ging het goed. We zijn niet eens lek gereden.

Image

28 kilometer voor de finish rijdt ik langs een truckstop. Voor het gebouw liggen een stel grote honden. Dat is eigenlijk redelijk normaal en tot nu toe hebben de honden zich niet echt voor ons geïnteresseerd. Deze keer is dat anders. Twee reusachtige honden komen overeind en rennen achter mij aan. Ik versnel en haal ondanks mijn lethargie een snelheid van 48 km/uur. De politieauto die ons nog steeds begeleidt, schakelt de sirenes in. De honden luisteren naar de sterke arm en laten mij met rust. Nu ben ik tenminste wakker en op de een of andere manier vliegen de volgende kilometers wat sneller voorbij. De zon komt intussen op, het weer wordt redelijk goed. Ik krijg iets betere zin, ook al kan ik amper wachten tot ik de finish heb bereikt. Ik moet nog vijf kilometer afleggen als ik naar een brug toe rijdt. Ik verwacht een korte brug waarvan wij in de afgelopen dagen al honderden hebben gepasseerd. Deze steekt echter de Amur over. En is meer dan drie kilometer lang. Omdat de route steeds in oostelijke richting verloopt, rij ik de opgaande zon tegemoet. Links en rechts van mij strekt de Amur zich in zijn volle breedte uit. Ik ben opnieuw volkomen overweldigd. Ik ben ineens in opperbeste stemming. Ik wou dat deze brug nooit meer zou eindigen …

Image

 

Meer impressies

Ons team gebruikte
de PARALANE

Image
social share