Focus - Print Logo
Teaser 1

Tortour. Een naam die Fabian Scholz en Max Hilger eigenlijk niet verkeerd konden interpreteren. De cyclocross-etappekoers overtrof desondanks hun ergste verwachtingen. Een verhaal vol modder, pijn en vriendschap.

Gewoon gaan liggen. Gewoon blijven liggen. Gewoon niet meer verder lopen. Ik sta met mijn voeten diep in de modder, de fiets doet pijn op mijn schouder en het einde van de steile helling komt maar niet in zicht. Maar Fabi loopt met zware stappen door. Dus moet ik dat ook.

Drie maanden geleden kregen wij de eerste informatie over de wereldpremière van de TORTOUR. Waanzinnig, wat een uitdaging! De TORTOUR is de eerste cyclocross-etappekoers ter wereld. Na een proloog van 20 km volgen twee etappes van 97 en 90 kilometer. Rond het Zwitserse Schaffhausen moeten 3750 hoogtemeters worden overwonnen. Maar niet op de weg, maar in zwaar terrein. En dan bedoelen we heel zwaar terrein. Mijn collega Fabian Scholz wil met mij als tweemansteam aan de TORTOUR meedoen.

Bij de start van de proloog beginnen ineens de zenuwen op te spelen. Duizend vragen schieten door mijn hoofd: "Welke invloed heeft de griep van laatst op mijn conditie? Haal ik dit wel? Hoe slecht wordt het weer?" Ik steek mijn vuist naar Fabi uit. Hij biedt me zijn vuist aan en dan gaan we al van start. Drie. Twee. Een. De meute vertrekt. Net als in een wegwedstrijd jagen we bij matige temperaturen over droge landweggetjes. Wielrenmodus aan, plankgas in het wiel hangen, geweldig! Ineens merk ik dat Fabi niet meer achter mij zit. Met tegenzin laat ik me zakken om op Fabi te wachten. Met een knalrood hoofd snauwt hij bits: "Te snel!" Samen komen we over de finish, grappen over de snelle race, klagen over onvoldoende trails en scheppen behoorlijk op. 's Avonds begint het te regenen.

Weersverandering

De volgende ochtend is het weer volledig omgeslagen. Het weerbericht voorspelt de hele dag sneeuw en regen. Temperaturen van slechts enkele graden boven nul en beklimmingen tot een hoogte van 900 m maken het er niet gemakkelijker op en het etappeprofiel grijnst ons met tussen de lippen door scherp opflitsende tanden vals aan. Toch beginnen wij vol moed aan de eerste etappe en zitten meteen vanaf het begin vooraan. Fabi steunt: "Doe rustig aan!". Ik sla zijn waarschuwing in de tegenwind en spoor hem aan om in mijn wiel te gaan zitten. Ik voel me goed. Sneeuw en zon schitteren door de mist en het dichte bos. Omgevallen bomen en drasland prikkelen mijn zin naar avontuur.

We zijn goed gepositioneerd en halen in technische passages en downhills steeds andere renners in. Tegelijkertijd nemen onze krachten ook af doordat we in diepe modder- en sneeuwvelden ons tempo willen vasthouden. Hier laat de TORTOUR zich van haar zware kant zien. Het gaat bijna nooit vanzelf. Geasfalteerde stukken komen we zelden tegen. De organisatoren sturen ons dwars over kilometerslange velden – met sneeuwmodder die net zo diep is als ons zicht in de dichte mist.

Bij kilometer 60 komt ineens de man met de hamer bij me langs. Hij komt onverwacht, maar slaat een paar keer toe. Na elke bocht – als duidelijk wordt dat we nog verder omhoog moeten – ramt hij de hamer tegen onze benen. De organisatoren hebben een hindernis ingepland dat vermoedelijk geen enkele deelnemer had verwacht. 1,5 kilometer lang dragen wij onze Mares. 300 hoogtemeters bergop. "Dat is echt niet te geloven!", vloekt Fabi. Onze schoenen zakken weg in de glibberige bladeren. Ik zet mijn Mares neer. Is dit nu de hel? Gaat het in de onderwereld sinds kort bergop? Fabi loopt verder. En ik erachteraan. Fabi schreeuwt me toe: "Ik doe dit alleen maar voor jou!" En ik loop alleen vanwege jou door, Fabi.

Nadat we de top hebben bereikt, razen wij de huiveringwekkende downhill omlaag. Scherpe stenen zo groot als een struisvogelei zitten onder een mengsel van modder en steen verstopt. Alle ledematen zijn nat en door en door koud. Onze handen voelen dubbel zo groot en zijn gevoelloos – ongeschikt dus voor exacte manoeuvres. Remmen is een kwestie van geluk. Ik moet er niet aan denken wat een defect nu moreel met ons zou doen. De Mares overwint alle hindernissen echter zonder te morren. Gedurende de hele wedstrijd blijven wij gevrijwaard van een defect.

Steeds maar verder

Als bekroning van deze etappe staat ons nog een eindeloos kronkelende beklimming te wachten. Fabi en ik praten intussen niet meer. Ik steek steeds weer alleen mijn vuist naar hem uit. Dit is uitgegroeid tot een ritueel met meerdere betekenissen. Aanmoediging, maar ook een bevestiging dat niemand van ons twee dadelijk van zijn Mares valt. Ik durf Fabi namelijk niet meer te vragen hoe het gaat. Zolang hij mijn uitgestoken vuist nog met de zijne beantwoordt, halen we het wel. Stoïcijns, intuïtief en in hetzelfde ritme vervolgen wij onze weg. Alleen dit gezamenlijke tempo weerhoudt ons ervan gewoon af te stappen.

Tijdens de lange draagpassage hadden we al onze krachten verspeeld, en nu verdwijnt door de lange, voortdurende beklimming ook onze moraal. We willen alleen nog maar omhoog, maakt niet uit hoe. En we halen daadwerkelijk de top. De avond ervoor hebben wij de route precies in ons geheugen geprent. Vanaf nu gaat het alleen nog bergaf. Wat een miscalculatie! Op 900 meter is de sneeuw pas echt hoog. Steeds weer gaat het op en af. We vechten ons door de bossen heen. Ongelovig, verzwakt, leeg. Meerdere keren moeten wij onze fiets vanwege onberijdbare sneeuwvelden dragen. Ons heroïsche lijden verandert in ernstige twijfel, want er komt maar geen einde aan.

Ineens staat een man in het bos en moedigt ons aan. Hij legt in Zwitsers-Duits uit dat het niet meer ver is. Hij vraagt ons daadwerkelijk: "Willen jullie een snoepje?" Verward kijk ik naar Fabi en hij schudt zijn hoofd. Het was geen fata morgana, hij heeft hem ook gezien. Ik til mijn lichaam met laatste kracht op de fiets. Richting dal, richting finish, richting een warme douche.

Na de finish likken wij onze wonden en spreken elkaar moed in. Een vraag blijft maar door mijn hoofd heen jagen. Hoe moeten wij nog zo'n dag overleven? In het hotel nemen wij nog een keer de etappe van morgen door. De komende dag belooft weliswaar minder hoogtemeters, maar met de eerste etappe in de benen zijn zulke berekeningen zinloos. Volhouden. Dat is het enige wat morgen telt. Fabi steekt zijn vuist naar mij uit en ik beantwoord zijn geste. Hij doet het licht uit.

Rocksterren?

De volgende ochtend staan we daadwerkelijk weer bij de start. Het aantal deelnemers lijkt wel gehalveerd. De dag van gisteren heeft zijn tol geëist. Dit keer beginnen wij langzamer en laten de meute wegrijden om onze vermoeide lichamen maar met moeite op snelheid te krijgen. Ik stel me in op een oneindige dag. Na de eerste lange berg, staat ons echter het hoogtepunt van de dag te wachten. Een drie kilometer lange singletrail doet onze strijdlust herleven. Wij gaan als gekken op de trail tekeer. Ik probeer Fabi te volgen. We vliegen met onze Mares langs de concurrerende renners die hun fietsen deels dragen. Als ik in een bocht extra charmant neem, ontglipt mij een luide jubelkreet waardoor de afgestapte renners geschrokken aan de kant springen.

Wij worden voor onze afdalingskunsten gevierd als rocksterren. "Great descending, guys!" Door de hele ophemelarij missen wij de splitsing die eigenlijk goed staat aangegeven. De motivatieboost houdt precies 20 kilometer stand. Na een draagpassage en nog meer veldweggetjes keren wij weer terug naar de vuist-modus. De heren van het Rapiro Racing Team halen ons in – en hebben medelijden. Het ergste wat ons kan overkomen. Ze willen dat we in hun wiel gaan rijden. Dat wil zeggen: sneller fietsen dan de bedoeling is. Ik schreeuw: "Rij maar gewoon door!"

Maar de jongens luisteren niet naar mij. Dus rijden we in hun wiel op en af – door wijnbergen, langs de Rijn, door pittoreske stadjes. Maar dat zie ik allemaal niet meer. Mijn aandacht voor zulke zaken is verloren gegaan, ergens tussen grind en modder. Erger kan het niet worden. Er valt een druppel op mijn bril.

In de stromende regen bijt ik mij aan het achterwiel van de Rapido-jongens vast en Fabi bijt zich aan mijn wiel vast. Lang kan deze etappe niet meer duren, maar dat dachten we gisteren ook. De rolsplit knarst onder onze banden. Ik zit gevangen in een tunnel van pijn, en ik ben niet de enige. Ik kijk naar Fabi en steek mijn vuist naar hem uit, gebroederlijk ondergaan we de pijn. We komen maar met een slakkengang vooruit. Waarom heet rolsplit godverdomme rolsplit als hij niet rolt?

Ineens hebben wij daadwerkelijk het einde bereikt en rijden naast elkaar over de finish. De tijd van de vuisten is voorbij, ik val Fabi om de nek. Ik knuffel hem zo stevig dat er water uit onze kleding loopt. "16 centimeter", fluistert Fabi me toe: "Nu ben ik 16 centimeter groter."